|
Diftar in Deerlijk
Iedereen is bereid om in zekere mate bij te
dragen in de verwerkingskosten van het afval
dat hij produceert. Helaas, wanneer men kijkt
naar de afvalsoorten waarvoor men moet betalen,
stelt men vast dat boomwortels en struiken met
wortels tot de zwaarst getarifeerde afvalsoorten
behoren. Nochtans produceert men dit afval niet;
men wordt er wel voor beboet, als men een dode
struik verwijdert uit zijn tuin en netjes naar het
containerpark brengt. Misschien moet men een
recupel bijdrage voorzien bij aankoop van een
boom of een struik. Dat onze groene vrienden zo
maar accepteren dat de verwerkingskost van een
struik met wortel even groot is als de verwerking
van multistroom afval en tien keer groter is dan de
verwerkingskosten van bouw- en sloopafval is op
zijn minst verbazingwekkend te noemen.
Snoeihout en zacht groenafval wordt niet als
vervuiling beschouwd, zolang de hoeveelheid
beperkt is. In Deerlijk is dit tot 100 kg. Wanneer
men in de herfst eens grondig snoeit en daardoor
meer dan 100 kg groenresten (afval is hiervoor
een foute benaming) heeft, dan rinkelt de kassa: 7
cent per extra kilogram, met een minimum van 2
euro: de groentaks is uitgevonden! Waarvoor het
minimum van 2 euro staat mag Joost weten. Men
treedt hier de DIFTAR principes met de voeten,
namelijk deelname in de verwerkingskosten. Wie
1 kg sloopafval afl evert betaalt evenveel als wie
100 kg afl evert. Nochtans moet er slechts 101 kg
verwerkt worden. Misschien is het grootste gedeelte
van die 2 euro bedoeld voor de werkingskosten
en de afschrijving van de weegbrug. Wie weinig
sloopafval heeft, betaalt dus tot 100 keer meer
dan wie er veel heeft. Dit is in strijd met het
DIFTAR principe: wie meer vervuilt betaalt meer.
Bovendien, wie slim is kan zijn groenresten altijd
gratis kwijt: men rijdt verschillende keren naar het
containerpark, telkens met niet meer dan 100 kg.
Of men brengt ze in één keer, maar men laat zich
verschillende keren wegen: tussen elke weegbeurt
lost men niet meer dan 100 kg.
Men kan zich de vraag stellen of afval van natuurlijke
oorsprong wel moet getarifeerd worden. Is men
een vervuiler, als men snoeit of zijn gras afrijdt?
Of ruimt men juist op en maakt men alles netjes?
En waarom moeten mensen met grote tuinen meer
betalen dan mensen met kleine tuinen? Is dit een
vorm van verborgen groenbelasting, die enkel kan
omzeild worden indien men tijd noch moeite spaart
om meerdere keren naar het containerpark te gaan?
Meerdere keren naar het containerpark rijden is ook
een vorm van milieuhinder.
De idee dat de vervuiler betaalt is zeer nobel, maar
als de overheid onredelijke tarieven hanteert of
groenafval als vuil beschouwt, dan is de kans reëel
dat men dit onrechtvaardig vindt en alternatieven
zoekt. En zie, het sluikstorten neemt reeds toe, het
opstoken in de open haard wint terrein en iedereen
kent wel een bouwwerf waar men zijn sloopafval
kwijt kan. DIFTAR is een goed idee, maar de
uitwerking kan beter: de overheid investeert zwaar
in weegbruggen om de burger uit het containerpark
te houden, ver weg van die weegbruggen die als
een aanslag pur sang op de portemonnee worden
ervaren.
Op deze manier schiet DIFTAR zijn doel voorbij.
De burger die zijn afval netjes gesorteerd naar het
containerpark brengt, voelt die tarifering aan als een
ontmoediging, en zeker niet als een beloning voor
de gedane moeite.
De tariefregels zijn te simplistisch: afvalcijfers
worden steeds berekend en gepubliceerd als
de hoeveelheid afval (in gewicht) per inwoner.
DIFTAR maakt geen onderscheid tussen afval
geproduceerd door een tweepersoonsgezin en
dezelfde afval geproduceerd door een gezin met
drie kinderen (vijfpersoonsgezin). De hoeveelheid
groenresten zijn recht evenredig met de grootte van
de tuin. Grote tuinen produceren meer groenresten
en de eigenaars, of erger nog de huurders, van een
woning met een grote tuin moeten langs de kassa
passeren. Struiken groeien nu eenmaal en zij die
de tuinen onderhouden kunnen de productie van
groenresten niet voorkomen.
De burger moet inderdaad gemotiveerd worden om
minder afval te produceren en om afval en resten te
sorteren, zodat deze op een milieuvriendelijke wijze
kunnen worden verwerkt. Deze motivatie komt niet
alleen door penalisatie, maar ook door beloning.
Men zou voor alle soorten betalend afval per gezin
een ‘aanvaardbaar’ afvalniveau kunnen definiëren,
dat ondermeer afhankelijk is van de grootte van het
gezin.
Elk gezin kan dan ‘stortbonnetjes’ krijgen ter
waarde van het aanvaardbare afvalniveau. Dit
systeem bestaat reeds in sommige gemeentes, waar
bewoners gras onderhouden langs straten waar geen
trottoir ligt: men krijgt een aantal bonnetjes per 10
m² onderhouden ‘grastrottoir’.
Of men kan gebruik maken van het ‘elektronisch’
paspoort: daar slaat men nu alle mogelijke gegevens
in op, waarom er ook niet de stortgegevens in
opslaan? Elke inwoner van Deerlijk gaat gratis naar
het containerpark tot zijn familie een bepaalde,
aanvaardbare grens heeft overschreden. Komt men
boven die grens, dan wordt de familie uitgenodigd
om haar stortgedrag toe te lichten. Het kan om een
eenmalig stortgedrag gaan (verbouwingen) of het
kan een chronisch probleem zijn: in dit geval is
penalisatie onder de vorm van tarifering aangewezen.
Er zijn met andere woorden tal van mogelijkheden,
helaas spijzen deze niet altijd de gemeentekas en
soms moet men begeleiden in plaats van bestraffen,
extra werk dus.
In Wevelgem gaat men als inwoner
van de gemeente gratis naar het containerpark,
burgers die niet uit Wevelgem komen, wordt de
toegang geweigerd. Wevelgem budgetteert de
kosten voor afvalverwerking en betaalt deze met
de middelen afkomstig van de gemeentebelasting.
De burger moet zijn portemonnee niet bovenhalen,
wanneer hij groenresten of bouwafval heeft. De
kans op sluikstorten is er kleiner, aangezien de
burger een boete ‘riskeert’ om niets te winnen.
Het
zou interessant zijn eens na te gaan hoeveel burgers
in de gemeentes met DIFTAR de tarifering een
goede oplossing vinden.
In elk geval zouden groenresten nooit mogen
getarifeerd worden, iedereen heeft baat bij meer
en goed onderhouden groen in zijn leefomgeving.
Door groenresten gratis te aanvaarden vermijdt
men sluikstortingen, verbrandingen, … En door de
invoering van ‘stortwaardebonnen’ of ‘elektronisch
storttegoed’ zal men gezinnen die normale
hoeveelheden afval produceren, motiveren om te
sorteren. Bovendien moet de minimum drempel
van 2 euro afgeschaft worden, daar hij in strijd is
met het basisidee van DIFTAR.
Vraag is waarom gemeentebesturen zo fors
investeren in weegbruggen, tenzij het om de inning
van gelden voor afval zou gaan. We kunnen ons niet
inbeelden dat dit hun enige drijfveer zou zijn. Maar
welke andere voordelen hebben de gemeenten?
Als hun drijfveer inderdaad de vermindering van
de afvalberg en de sortering van het afval is, dan
kan men meer genuanceerde spelregels opstellen,
vooraleer tot tarifering over te gaan. Beloning om het
goed te doen is een betere motivator dan penalisatie.
We staan open voor alle voorstellen, maar het moge
duidelijk zijn dat DIFTAR in zijn huidige vorm nog
niet de juiste weg is om het einddoel te bereiken:
minder afval per persoon en goed sorteren.
Symbolisch genoeg staat er een STOP-verkeersbord
aan de ingang van het containerpark. Een mooie
uitnodiging om eens STIL TE STAAN bij het
feit of men zich wel wil laten tariferen. Bij nader
inzicht, ook in de portemonnee, zal men geneigd
zijn rechtsomkeert te maken. Een bord: “DANK U
VOOR UW BEZOEK” aan de ingang ware beter
geweest: het toont aan dat men apprecieert dat de
burger sorteert om op deze wijze zijn afval op een
milieuvriendelijke manier kwijt te geraken. Deze
inspanningen moeten beloond worden, DIFTAR
doet dat niet. Hoeveel mensen spreken er niet over
"DIEFTAR"?
Geen nood, als men luistert naar de burger en
oor heeft naar zijn redelijke opmerkingen, dan is
DIFTAR geen doodgeboren kind. De idee is goed,
de uitwerking is voor verbetering vatbaar.
Het is echter niet meer dan normaal dat nieuwe
projecten bijgestuurd worden om tot het gewenste
resultaat te komen. Het resultaat kan bereikt worden,
door de inspanningen van ons allen en door goede
motivatie om deze inspanningen te doen.
|
|
|